Faalangst de baas!

Voor kinderen die faalangstklachten hebben (cognitieve, motorische of sociale angst) is de training Faalangst de baas. Je kunt meedoen als je in groep 5, 6, 7 of 8 zit en woont in de gemeente De Ronde Venen. Je kunt faalangst onder andere herkennen aan stressreacties zoals buikpijn, huilen, paniekerige buien of clownesk gedrag. Vaak hebben kinderen met faalangst ook negatieve gedachten over zichzelf, vinden ze het heel vervelend om fouten te maken en zijn onzeker. 

De training start op dinsdagmiddag 29 januari 2019. (er is nog 1 plek vrij, bij voorkeur voor een meisje in verband met het groepsevenwicht). 

Als je wilt overleggen of deze training iets voor je kind is, kun je contact opnemen via het contactformulier en dan bellen we je terug.

Als de groep vol is, kan uw kind wel doorlopend aangemeld worden en op de wachtlijst geplaatst worden voor de eerstvolgende training (in het schooljaar 2019-2020). 

 

Meer informatie over de training

 

Voorbeelden van redenen van deelnemers om de training te volgen

-       Ik ben vaak bang om fouten te maken.

-       Ik voel me gestresst als ik een prestatie moet leveren.

-       Ik twijfel vaak over wat ik kan.

-       Ik voel me heel gespannen als ik omga met anderen en ben bijvoorbeeld bang dat ze me niet aardig zullen vinden.

-       Ik vind het heel moeilijk om met kritiek om te gaan.

 

Methode

Deelnemers krijgen vaardigheden aangeleerd die hen helpen hun eigen en unieke kwaliteiten beter tot ontplooiing te laten komen. Daarnaast doen zij ervaringen op, in bijvoorbeeld rollenspel en ontspanningsoefeningen, die helpen om anders naar zichzelf en de wereld te kijken.

 

Drie aandachtsgebieden

1)    Anders voelen

2)     Anders denken

3)     Anders doen

 

Deelnemers krijgen inzicht in

-       Klachten en hoe het werkt als je angstig bent.

-       Oorzaken, signalen en vaardigheden die je kunt inzetten om faalangst de baas te zijn.

-       In zichzelf: bijvoorbeeld dat ze meer kunnen dan ze denken te kunnen, dat ze meer weten dan dat ze denken te weten.

 

Deelnemers werken aan

-       Ontspannen en ademhaling

-       Weerbare lichaamstaal en duidelijk en rustig stemgebruik

-       Actief beïnvloeden van gevoelens

-       Zelfcontrole en het gevoel de baas te zijn over hen gevoelens en de situatie

-       Eigenwaarde, zelfbeeld en zelfvertrouwen

-       Concentratie

-       Positief denken, andersom denken en helpende gedachten

-       Zelfinstructies: bijvoorbeeld “stop, relax-je, creëer ik-power en denk na”.

-       Zich presenteren voor de groep

-       Praten over leuke en vervelende dingen die ik meemaak, denk, voel, zeg en doe

-       Opkomen voor jezelf

-       Fouten mogen maken

-       Probleem oplossen

-       Experimenteren met nieuw gedrag, zodat het ongewenste gedrag kan worden omgebogen.

-       Humor gebruiken, lachen om dat wat mis gaat

-       Hulp vragen

 

Interactieve training

De deelnemers bepalen een groot deel van het verloop. Herhalen bijvoorbeeld, betekent niet dat alleen de trainer herhaald, wel dat alles steeds in samenwerking gaat met de deelnemers. Alles wat gedaan en gezegd wordt door de deelnemers wordt gebruikt om mee te werken of over te praten. Mits dit voor alle deelnemers veilig genoeg is!

 

Positieve benadering

De problematiek benaderd de trainer positief door niet uitgebreid in te gaan op de dingen die de deelnemers meegemaakt hebben of meemaken, maar door samen te zoeken naar: Hoe heb je daarop en hoe kun je nog meer of anders reageren (oplossingsmogelijkheden ontdekken). De training is duidelijk gericht op verbetering. Van veilige situaties werkt de trainer toe naar eigen praktijkvoorbeelden.

 

Werkwijze

-               Verhalen en metaforen

-               Ontspanningsoefeningen

-               Visualisatie oefeningen

-               Ademhalingsoefeningen

-               Creatieve en fantasierijke opdrachten

-               Rollenspelen                                                                      

-               Drama

-               Spel

-               Huiswerkopdrachten

-               Werkboek